Naar de dokter

Het was te mooi om waar te zijn. We hebben nog steeds geen echte winter gehad in Spanje – hier in Asturias is het nog dagelijks 12 graden – maar ik kon toch niet aan een virus ontsnappen.
En dus mocht ik deze week vier dagen rusten, niet met griep, maar met gastro-intestinale problemen. Ik zal u de details besparen.
Eigenlijk kon ik een weekje rust wel gebruiken, want de laatste maanden waren behoorlijk hectisch op het werk, mede dankzij het voortdurende op en af reizen naar Parijs en Portugal voor een aanslepend project.
Maar goed, ik mocht dus nog eens naar de dokter, en plots besefte ik dat ik daar nog nooit iets over geschreven heb. Spanje heeft net als België een sociale zekerheid, maar ze werkt een beetje anders.
In Spanje kan je je portefeuille thuis laten als je naar de dokter gaat, want je hoeft hem niet te betalen. Daar staat dan wel tegenover dat je een vaste dokter krijgt toegewezen, en dat je telefonisch of via internet een afspraak moet maken alvorens je kan gaan.
Ik kan via het werk ook naar een privé dokterspraktijk gaan, maar die kan me geen doktersbriefje maken waarmee ik thuis kan blijven van het werk. Dat kan alleen je vaste dokter van de sociale zekerheid.
Apotheken zijn ook gebruiksvriendelijker dan in Belgíë. Als je zelf een idee hebt welk medicijn je best zou nemen, hoef je niet per sé naar de dokter te gaan. In de Spaanse apotheek krijg je alles, behalve antibiotica en de echt zware handel, gewoon zonder voorschrift mee. Je betaalt dan wel wat meer dan met een voorschrift.
Op zich werkt dit systeem niet slecht. Ik heb enkel de indruk dat velen, vooral gepensioneerden, veel sneller naar de dokter stappen dan wanneer ze er zelf iets voor zouden moeten betalen. En daardoor is dit systeem waarschijnlijk veel te duur…




